Leer de kandidaten beter kennen:

De proclamatie vindt plaats rond 22.30 u op het Pancratiusplein (direct na het Sjlagerkonkoer).
Op zaterdag 3 januari proclameren we onze nieuwe Sjtadsprins. Wie denk jij dat het wordt?
Van 9 tot en met 13 februari 2026 licht de Blauw Sjuut haar anker voor de 74e Togh door de Euregio. Op koers om, onder haar wapenspreuk “Ad Narragoniam”, de Vastelaovend te verkondigen in de Euregio. En terwijl wij ons voorbereiden om “Sjpass & Plezeer” over de grenzen te brengen, waren wij stille getuige van een lokale najaarsstorm in een glas lauw kraanwater.
Er was eens een columnist, een journalist en een minister… De een beweerde de diepste geheimen van onze bemanning te kennen, maar heeft duidelijk de geschiedenis & tradities van onze Sjeepswage gemist. De ander dacht de wind in de zeilen te hebben, en kon in z’n enthousiasme niet even wachten met publiceren tot hij alle informatie had. Maar sensatie drift leidt al eeuwen tot stoere zeemansverhalen, dus dat snappen wij Parkstedelijke zeebonken wel. En misschien ligt het toch aan de taalbarrière… Os sjtolze Limburgs plat, wordt niet overal meer gesproken dus authentieke bronnen in het Heëlesj raadplegen kan een brug te ver, of een golf te hoog zijn. Maar… inge richtige hoeggelierde professor aan de Narren Universiteit Limburg, dèr Minister va Sjpass, dae zou toch besser mosse wisse!
Leef Vastelaovendsgekke, en anger luuj va Limburg! Maak uch ging zurg!! Ons schip kapseist niet door een enkele vrouw, noch door een vloedgolf va gebreuzel. Wij varen al eeuwen op een kompas dat veel betrouwbaarder is dan de waan van de dag.
Laten we het ze makkelijk maken! Want wie het over de traditie wil hebben, moet de geschiedenis kennen. Onze Sjuut-voorlopers in de Middeleeuwen, waarover Jacob van Oestvoren in 1413 schreef, kenden een bemanning van verlopen adel, verwenderijk eluiszoontjes, vraatzuchtige monniken, geile nonne, domme kooplieden en gesjeesde studenten. Dit waren gebreken die in termen van gekkigheid nog te repareren waren, en dus uitzicht boden op herstel.
Dat, mijn beste media, is satire! Het hekelen van gekkigheid die nog te redden valt! De huidige Sjuut is verre van die ondeugende bende; bij ons wordt iedereen die zich niet gedraagt geroyeerd, en overmatig alcoholgebruik is absoluut verboden. U zocht een macho-feest, u vindt strenge regels. U zocht een schandaal, u vindt een Gilde dat de consensus al had, daags na de veiling.
De bewering dat Kelly Regterschot de eerste vrouw aan boord zou zijn, is hilarische onzin. De Blauw Sjuut staat open voor iedereen met een scepter, een masker of een narrenkap. Wij nemen al jaren hoogheden mee, man én vrouw! In 2020 voer zelfs de burgemeester van Beek, mevrouw Christine van Basten-Boddin, met ons mee! In vol ornaat van het Gilde, als matroos Christine. Recht voor ieders ogen!
Het Gilde Blauw Sjuut is Kelly dankbaar voor haar gulle gift voor de Heerlense Vasteloavend, maar dat is geen enkele reden om haar mee aan boord te nemen! Het enige argument om haar die donderdag in gilde uniform te verwelkomen voor haar dag als volwaardig Sjuutteman, is die van onze échte traditie én missie! Wij zijn het schip van Sjpass & Plezeer, niet van politiek.
Onze plicht en doel is al bijna 80 jaar duidelijk: grenzen slechten en middels sjpass, humor en satire er aan bijdragen dat mensen dichter bij elkaar komen. Wij zijn er enkel om de Vastelaovend aan te kondigen en de gevestigde orde een spiegel voor te houden.
Nha… bij deze! De columniste zocht een activistisch politiek statement, maar de Blauw Sjuut is geen zeepkist voor persoonlijke idealen. Voor wie op ons narrenschip stapt met een andere agenda dan Sjpass & Plezeer, man of vrouw, is geen plek.
Hoeggelierde professor, kiek wièr es uch naas lank is, maak gee “jans jroeës jewitter”, en beschouw ons echte verhaal als een proefschrift voor uw volgende promotie!
En onze boodschap aan de ongeduldige pers is helder: Zoek de diepte, niet de sensatie. Blijf onze tradities verdraaien, en de Sjuut zal tijdens de Vastelaovend een extra rondje varen, om “de Limburger” om te dopen tot “d’r Hollender“. Want wie het dialect, de historie en de geest van de Vastelaovend niet kan lezen, kan ook de Blauw Sjuut niet begrijpen.
En natuurlijk is Kelly welkom, want de Vastelaovend is in aantocht.
Ad Narragoniam!
Gilde Blauw Sjuut
Op zaterdag 3 januari vindt de finale van het Heëlesj Sjlagerkonkoer plaats in de Spiegeltent op de Bongerd. Vanaf 20.00 uur strijden de volgende artiesten om de titel:
Traditiegetrouw is tijdens het jaarlijkse diner van onze Ezeldragers bekendgemaakt wie dit jaar onze hoogste onderscheidingen ontvangen. Thijs Grim en Rene Schlag ontvangen een Zilveren Ezel. Een Gouden Ezel gaat naar Peter Vincent.
Peter Vincent
Peter is een vaste waarde in de Heëlesje vasteloavend. Al sinds 1982 actief, onder meer (maar zeker niet uitsluitend) als voorzitter en secretaris van De Klumpkes Blumkes, medeoprichter van het Parksjtad Leedjes Konkoer én natuurlijk als helft van het bekende duo Vee & Dee. Voor zijn jarenlange inzet, creativiteit en liefde voor de vasteloavend verdient Peter een Gouden Ezel!
Thijs Grim
Al ruim 15 jaar is Thijs actief lid van H.V.V. De Winkbülle. Als lid en later secretaris van de Optochtcommissie was hij mede verantwoordelijk voor de Heëlesje optocht die in die periode groeide tot ongekende lengte. Daarnaast was hij jarenlang tweede secretaris van het Algemeen Bestuur, betrokken bij de jubileumcommissie 7×11 jaar en bestuurslid van de Tent. Op dit moment is Thijs secretaris van “Richtig Heële”. Daarom ontvangt Thijs een Zilveren Ezel!
Rene Schlag
Rene ademt vasteloavend. Sinds hij in 1989 prins werd bij JCV Pannesjop is hij niet meer weg te denken uit de Heëlesje vasteloavend. Als voorzitter leidt hij Prinsengarde Coriovallum al 25 jaar met hart en ziel. Daarnaast is hij een van de drijvende krachten in MSP. Dat maakt Rene een fantastische kandidaat voor een Zilveren Ezel!
De uitreiking van de Gouden en Zilveren Ezels vindt plaats op zondag 16 november 2025 bij Auberge de Rousch. Vanaf 14.00 uur is iedereen van harte welkom.
Wie vasteloavend viert in Heële, kan er niet omheen: de prachtige optocht op carnavalszondag. En zeg je optocht dan zeg je ook praalwagens. Hoe komen die indrukwekkende creaties eigenlijk tot stand? In de bouwloods spraken we met drie van onze wagenbouwers: Ton Bakker, al wagenbouwer sinds 1995, Ron Houben, die volgend jaar zijn 11-jarig jubileum viert, en Bart Baeten, sinds dit jaar de nieuwe voorzitter van de wagenbouwers.
Een wagen maak je samen
“Als ik het niet kan tekenen, kunnen we het niet maken,” zegt Ton terwijl hij trots twee ezels laat zien. De één van karton in verschillende delen, de ander in piepschuim direct herkenbaar als de lachende ezel. Hij is degene die vaak de eerste schetsen maakt en de koppen en beelden ontwerpt.
Het begint met een idee, waar de hele groep aan bijdraagt. Daarna volgt een schets en dan begint het bouwen. Vroeger gebeurde het bouwen nog met kippengaas en ijzer, tegenwoordig vooral met piepschuim. Om de voortgang erin te houden, wordt in delen gewerkt: zodra de basis staat, kan er al geplakt en later geschilderd worden. Iedereen heeft zijn eigen expertise en samen wekken ze een idee van papier tot leven.
Een jaar lang bouwen
Het bouwen begint elk jaar de dinsdag na Aswoensdag. Terwijl de confetti nog de straten uit wordt geveegd, starten de wagenbouwers met het slopen van de oude wagen die dat jaar vervangen wordt. Delen die nog bruikbaar zijn, worden hergebruikt of verkocht. De rest maakt plaats voor een nieuwe creatie. “In principe bouwen we elk jaar één wagen helemaal nieuw,” legt Bart uit. “We proberen rond kerst de basis klaar te hebben, zodat we vanaf dat moment kunnen schilderen en afwerken. Het is echt een project van een heel jaar.”

De groep bestaat uit ongeveer tien vaste wagenbouwers. Een gevarieerde groep met dames en heren, verschillende leeftijden en van ervaren wagenbouwers tot creatieve nieuwelingen. Niet iedereen kan er altijd zijn, maar elke dinsdagavond is de loods open. Dan bouwen niet alleen de wagenbouwers van de Winkbülle aan de wagens, maar ook andere verenigingen. Dat is een belangrijk deel van de gezelligheid. En Ron voegt lachend toe: “Je moet het hele jaar door zin hebben in carnavalsmuziek, want die staat hier vaak op.”
Elke wagen een eigen verhaal
Wat drijft iemand om een jaar lang (bijna) elke week in een bouwloods aan de slag te gaan? Voor Ton is het duidelijk: “Het mooiste is dat je idee echt tot leven komt en dat mensen het herkennen.” En dan is er dat ene magische moment dat elk jaar terugkomt: de eerste keer dat een nieuwe wagen naar buiten gereden wordt. Het liefst met een zonnetje, maar zelfs als het regent, dat moment blijft speciaal. Ron: “Dan zie je voor het eerst wat je met elkaar hebt neergezet. En later tijdens de optochten is het prachtig om te zien dat het publiek er ook echt van geniet.”
Na ruim veertig wagens is het moeilijk kiezen welke nu écht de mooiste was. Toch vallen er namen: de Romein, de prinsenwagen waar de Sjtadsprins in zijn eigen hoofd stond en de Engelse drop, mooi in zijn eenvoud. Namen die bij menig Heerlenaar waarschijnlijk wel een herinnering oproepen aan een of meer optochten. Maar eigenlijk zijn de wagenbouwers het erover eens: elke wagen heeft zijn eigen charme en het plezier in het maken ervan is minstens zo belangrijk als het eindresultaat.


Waarom wagenbouwer worden?
Ondertussen stromen er meer wagenbouwers de kantine van de loods binnen. Allemaal vertellen ze enthousiast waarom ze hiermee begonnen zijn. Sommigen doen het al jaren, anderen zijn net pas lid. Een avondje helpen met de Raad van Elf en blijven hangen, of na jaren bij een andere commissie de liefde voor carnaval combineren met creativiteit. De wagenbouwers vormen een divers gezelschap. En iedereen benadrukt de gezelligheid: “We zijn echt een team. Je moet handig zijn of gewoon willen leren, fantasie hebben en vooral samen willen werken. Dan komt de rest vanzelf.” En die gezelligheid beperkt zich niet tot de wagenbouwers van de Winkbülle. In de loods is elke week een gezellige groep van verschillende verenigingen aan de slag.
Ook zin om mee te bouwen?
De wagenbouwers kunnen altijd nieuwe handen gebruiken. Of je nu goed kunt lassen, schilderen, zagen of wilt helpen plakken. Wil je een keer komen meehelpen? Neem dan contact op via secretaris@winkbulle.nl.